Video laden
Uitgeschreven tekst
Dutch (Nederlands)
Ik schrijf u, hoog geachte Theofilus over alles wat hier gebeurd is.
Ik ben alles vanaf het begin nauwkeurig nagegaan, zodat U de volle waarheid krijgt te horen.
Toen Augustus keizer van Rome en Herodes koning van Judea was
zond God de engel Gabriel naar een meisje in de stad Nazareth. Het meisje was maagd en heette Maria.
Wees niet bang Maria, je bent bevoorrecht door God.
Je zult zwanger worden en een zoon baren en zijn naam zal "Jezus" zijn.
Maar hoe zal dat gaan?
Ik ben nog maagd.
De Heilige Geest zal over je komen
en Gods kracht zal als een schaduw over je zijn.
Daarom zal dit heilige kind "zoon" genoemd worden, zoon van de allerhoogste God.
En Maria reisde naar een stad in Judea, naar haar nicht Elizabet
die ook zwanger was door een wonder van God.
Elizabet!
Maria!
Mijn nichtje Maria!
Jij bent het meest gezegend van alle vrouwen.
Gezegend is het kind dat je draagt.
Want meteen toen ik je goed hoorde, sprong
de baby in mijn schoot
op van vreugde.
Mijn ziel prijst en looft de Heer,
en mijn hart juicht voor God, mijn redder, Elizabet.
Vanaf nu zullen alle geslachten mij gelukkig prijzen.
Mannen van Nazareth, keizer Augustus heeft bevolen
dat er een volkstelling moet plaats vinden van alle inwoners van Galilea en Judea.
Iedereen moet zich laten registreren in de stad of het dorp waar zijn voorouders vandaan komen.
Maria en Josef, haar aanstaande man gingen naar Bethlehem in Judea om zich te laten inschrijven.
Maar er was nergens plaats voor hen in Bethlehem, het enige onderdak wat ze konden vinden was een stal.
Niet ver daar vandaan hielden herders 's nachts de wacht bij hun kudde.
Plotseling verscheen er een engel van God en stonden ze in Gods stralende licht.
Deze dag is in de stad van David jullie redder geboren, de Messias, de heer.
De herders gingen snel op weg om het pasgeboren baby'tje te zien.
Ze waren de eersten die het goede nieuws vertelden
over de geboorte van de redder en zijn moeder die maagd was.