Hoe groot is God, hoog verheven in macht, majestueus boven alles wat bestaat.
Hij schiep alles door zijn woord, de hemelen vertellen over zijn grootheid
het uitspansel roemt het werk van zijn handen.
Alles wat God maakte was goed, alles liet zijn grootheid, goedheid en macht zien.
God schiep alle verschillende plantensoorten en alle verschillende diersoorten.
Toen vormde hij de eerste mens uit het stof.
Hij blies de levensadem in zijn neusgaten en gaf hem leven.
De eerste mens werd Adam genoemd.
Toen nam God één van Adams ribben weg en vormde daaruit een vrouw
om Adam's vrouw en metgezel te worden. Zij werd Eva genoemd.
God schiep de man en de vrouw als zijn evenbeeld.
Daardoor konden ze van een intieme omgang met hem genieten.
Ze leefden gelukkig in zijn tegenwoordigheid, in een prachtige tuin speciaal voor hen, Eden genaamd.
Er was geen lijden en geen dood.
God zei tegen Adam: Je mag de vruchten van alle bomen eten behalve van één.
Als je de vrucht van die boom eet zul je sterven.
Maar op een dag verleidde de duivel Eva, ze plukte de vrucht en at ervan en haar man at er ook van.
Ze deed dit omdat ze de duivel geloofde in plaats van God.
Daardoor kwam er een breuk in de relatie met God.
Want God is heilig en zondaars kunnen niet in zijn tegenwoordigheid leven.
God moest Adam en Eva verbannen uit de tuin van Eden.
Door hun ongehoorzaamheid was er pijn en dood in de wereld gekomen
waar Adam en Eva en al hun nakomelingen onder zouden lijden.
God, zo vol van liefde wilde die intieme omgang tussen hem en Adam en Eva en hun nakomelingen herstellen
opdat ze weer zouden kunnen leven met hem in zijn koninkrijk, voor altijd.
In zijn woord maakt God zijn plan duidelijk om de mensen te redden van de straf die ze verdienen.
Om de zonde en de schande te verwijderen en hen terug te brengen in die speciale relatie met hem zelf.
God maakte een deel van het plan bekend aan de profeet Abraham.
Abraham vertrouwde God en vereerde hem.
God beloofde hem te zegenen en door hem de mensen van alle volken te zegenen.
Hij beloofde hem veel nakomelingen, zoveel als er zandkorrels aan het strand van de zee zijn
en sterren aan de hemel.
Abraham vertrouwde God, daarom rekende God Abraham tot een van zijn rechtvaardige dienaren
en noemde hij hem "vriend van God".
Op een dag beproefde God Abraham om te zien of hij hem echt vertrouwde
en zijn opdrachten zou gehoorzamen.
Hij zei: Abraham neem je zoon en offer hem.
Abraham wist dat God had beloofd hem door deze zoon, zijn enige en geliefde
veel nakomelingen te geven.
Toch vertrouwde hij God en gehoorzaamde hem.
Daarom bereidde hij alles voor om zijn zoon te doden en als een offer aan God te geven.
Abraham hief zijn mes omhoog.
Maar God zei: Abraham, doe die jongen geen kwaad,
nu weet ik dat je ontzag voor mij hebt en mij wilt gehoorzamen.
Toen zag Abraham vlakbij een ram, die met zijn horens verward zat in de struiken.
God had voorzien in de ram. Abraham nam het dier en offerde dat aan God in plaats van zijn zoon.
Toen God in zijn liefde en genade voorzag in een ram, dat als offer stierf in plaats van Abrahams zoon,
liet hij Abraham zien hoe groot zijn liefde voor de mensen is.
Zijn liefde kun je vergelijken met de liefde van een goede vader voor zijn zoon.
Door deze gebeurtenis liet God ook zien dat hij zou voorzien in een offer voor de mensen.
God, vol liefde, openbaarde in zijn woord en de profeten
dat hij een persoon zonder zonden zou sturen om te sterven in plaats van Adams nakomelingen.
Zijn bloed zou hun zonden wegwassen.
Door dit grote offer zou hij de weg openen voor allen die in hem geloven
om voor altijd in vrede met God te leven.
De profeten noemen deze persoon “de Messias”.
Ze zeiden dat God de Messias stuurt om de mensen te redden
en dat hij voor altijd als een koning zal regeren in Gods naam.
Honderden jaren voordat hij kwam, vertelden de profeten wat de Messias zou doen
en wat er met hem zou gebeuren.
De profeet David zei dat God tegen de Messias zou zeggen: Jij bent mijn zoon.
De profeten bedoelden niet zoon uit een biologische vader -- God verhoede dat.
Want Gods woord zegt dat hij het eeuwige woord van God is.
God stuurde hem, hij werd geboren uit de maagd Maria als een mens.
De profeten gebruikten de titel “Zoon van God”,
om de intieme relatie van de Messias met God te omschrijven
en zijn taak als redder en koning.
De profeet zei: Een maagd zal zwanger worden en zij zal een zoon baren.
De profeten schreven ook dat de Messias zou worden geboren in Bethlehem
en dat hij als een koning op een ezel Jeruzalem zou binnen rijden.
Ze schreven ook dat een goede vriend hem zou verraden voor 30 stukken zilver.
De profeten zeiden dat de Messias zijn leven zou offeren, maar dat God hem uit de dood zou opwekken op de derde dag.
De profeten noemde de Messias, “Mensenzoon” en zeiden dat hij terug zou keren naar God in de hemel
en dat God hem macht zou geven over alle volken voor eeuwig.
2000 jaar geleden werd er een mens op deze wereld geboren, zijn naam was Jezus.
Toen de mensen de dingen zagen die hij deed vroegen ze zich af: Is hij de Messias?
Komt het leven van Jezus overeen met wat de profeten hebben voorzegd over de Messias?”
Deze film laat zien wie Jezus is en vertelt iets over de dingen die hij zei en deed
zoals het geschreven is in Gods woord.
In deze film speelt een acteur de rol van Jezus, geen enkel mens is het waard om de rol van Jezus te spelen,
maar deze film is gemaakt om mensen over het leven van Jezus te vertellen
zodat zij de zegeningen kunnen ontvangen die God heeft beloofd.
Ik schrijf u, hoog geachte Theofilus over alles wat hier gebeurd is.
Ik ben alles vanaf het begin nauwkeurig nagegaan, zodat U de volle waarheid krijgt te horen.
Toen Augustus keizer van Rome en Herodes koning van Judea was
zond God de engel Gabriel naar een meisje in de stad Nazareth. Het meisje was maagd en heette Maria.
Wees niet bang Maria, je bent bevoorrecht door God.
Je zult zwanger worden en een zoon baren en zijn naam zal "Jezus" zijn.
Maar hoe zal dat gaan?
Ik ben nog maagd.
De Heilige Geest zal over je komen
en Gods kracht zal als een schaduw over je zijn.
Daarom zal dit heilige kind "zoon" genoemd worden, zoon van de allerhoogste God.
En Maria reisde naar een stad in Judea, naar haar nicht Elizabet
die ook zwanger was door een wonder van God.
Elizabet!
Maria!
Mijn nichtje Maria!
Jij bent het meest gezegend van alle vrouwen.
Gezegend is het kind dat je draagt.
Want meteen toen ik je goed hoorde, sprong
de baby in mijn schoot
op van vreugde.
Mijn ziel prijst en looft de Heer,
en mijn hart juicht voor God, mijn redder, Elizabet.
Vanaf nu zullen alle geslachten mij gelukkig prijzen.
Mannen van Nazareth, keizer Augustus heeft bevolen
dat er een volkstelling moet plaats vinden van alle inwoners van Galilea en Judea.
Iedereen moet zich laten registreren in de stad of het dorp waar zijn voorouders vandaan komen.
Maria en Josef, haar aanstaande man gingen naar Bethlehem in Judea om zich te laten inschrijven.
Maar er was nergens plaats voor hen in Bethlehem, het enige onderdak wat ze konden vinden was een stal.
Niet ver daar vandaan hielden herders 's nachts de wacht bij hun kudde.
Plotseling verscheen er een engel van God en stonden ze in Gods stralende licht.
Deze dag is in de stad van David jullie redder geboren, de Messias, de heer.
De herders gingen snel op weg om het pasgeboren baby'tje te zien.
Ze waren de eersten die het goede nieuws vertelden
over de geboorte van de redder en zijn moeder die maagd was.
Acht dagen later werd de baby besneden, hij kreeg de naam Jezus. Josef en Maria namen
hem mee naar de tempel in Jeruzalem om hem aan de Heer toe te wijden.
In de tempel was een oprecht en vroom man. De Heilige Geest had hem gezegd dat hij niet zou sterven
voordat hij de Messias zou hebben gezien. Zijn naam was Simeon.
Nu kan uw dienaar, Heer, in vrede sterven, zoals U dat hebt beloofd.
Mijn ogen hebben uw redding gezien.
Dit kind is door God gegeven.
Moge God jullie zegenen.
Toen ze alles hadden gedaan volgens de wet van Mozes
verlieten ze Jeruzalem en gingen terug naar Nazareth.
Toen Jezus twaalf jaar was namen Josef en Maria hem mee naar Jeruzalem voor het Pesach feest.
Maar toen ze op de terugweg dachten dat de jongen bij hen was, bleef Jezus in Jeruzalem achter.
Ze keerden terug naar de stad om hem te zoeken.
Na drie dagen vonden ze hem in de tempel tussen de Rabbi's en de oudsten.
Van wie is hij een zoon? Hij stelt goede vragen.
Hij komt uit Nazareth.
We dachten dat hij met ons mee was gegaan.
Vergeef hem zijn enthousiasme.
Allen die hem hoorden stonden versteld.
Kind, wat doe je ons aan? We maakten ons zorgen, we konden je nergens vinden.
Waarom hebt u naar me gezocht?
Wisten jullie dan niet dat ik me moet verdiepen in de dingen van mijn vader?
Hij reisde met hen terug, hij groeide op en werd steeds wijzer en steeds meer geliefd bij God en de mensen.
Dit is het waar gebeurde verhaal van het leven van Jezus.
Een documentaire van uit het Evangelie van Lukas
Inspirational Films, Inc. presenteert
In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius
was Pontius Pilatus landvoogd over Judea,
Herodes regeerde in Galilea,
en Annas en Kajafas waren hogepriester.
God sprak tot Johannes de Doper in de woestijn. Johannes verkondigde in de hele Jordaan streek
de doop van bekering en vergeving van zonden.
Stop met zondigen.
Laat u dopen
en God zal uw zonden vergeven!
Zoals het geschreven staat in het boek van de profeet Jesaja.
Luid klinkt een stem in de woestijn.
Maak de weg klaar voor de Heer!
Baan een recht pad, waarover hij kan gaan.
Laat elke vallei verhoogd worden
en elke berg en heuvel verlaagd!
Laat ruig land vlak worden en rotsige hellingen rustige dalen.
En het hele mensdom
zal Gods redding zien!
Wat moeten we doen?
Zeg ons wat we moeten doen!
Gods koninkrijk zal komen!
Precies, wat moeten we doen?
Help ons, hoe moeten we leven.
Luister, wie twee stel kleren
heeft,
moet delen met hij die niets
heeft
en
wie eten heeft, moet
ervan delen.
Meester,
wij zijn belasting inners.
Wat moeten we doen?
Vorder niet meer dan wettelijk is toegestaan.
En wij dan?
Wat moeten wij doen?
Jullie mogen niemand geld afpersen.
En niemand voor geld vals beschuldigen.
Wees tevreden met je soldij.
Zeg ons...
bent u
de Messias?
Ik doop jullie met water.
Maar er komt iemand die veel belangrijker is dan ik.
Ik ben het zelfs niet waard om de riem van zijn sandalen los te maken.
Hij zal jullie dopen met de Heilige Geest en met vuur.
Hij zal het kaf van het koren scheiden, het kaf verbranden en het koren verzamelen in zijn schuur.
En de Heilige Geest daalde op Jezus neer in de gedaante van een duif.
Er klonk een stem uit de hemel: Jij bent mijn geliefde zoon, in jou vind ik vreugde.
Jezus begon zijn verkondiging toen hij ongeveer dertig jaar was.
Vol van de Heilige Geest, trok hij weg van de Jordaan.
en de Geest leidde hem naar de woestijn waar hij veertig dagen door de duivel werd verleid.
Al die tijd at hij niets.
De duivel zei tegen hem:
Als je Gods zoon bent, beveel die steen dan in een brood te veranderen.
Gods woord zegt:
Een mens leeft niet alleen van brood, maar van ieder woord dat God spreekt.
Toen liet de duivel hem in één ogenblik alle koninkrijken van de wereld zien.
Ik zal je alle macht, eer en rijkdom van de wereld geven.
Alles is in mijn handen en ik kan het geven aan wie ik verkies.
Dit is allemaal van jou als je mij aanbidt.
Gods woord zegt: Aanbid alleen de Heer je God,
alleen hem zul je dienen.
Toen bracht de duivel hem naar Jeruzalem, naar het hoogste punt van de tempel.
Als jij Gods zoon bent, spring dan naar beneden,
Gods woord zegt toch: Hij zal zijn engelen sturen om je te beschermen.
En ook: Ze zullen je op handen dragen, zodat je je voet zelfs niet aan een steen zult stoten.
Gods woord zegt:
Ga niet te ver met uw God te beproeven.
Jezus kwam aan in Nazareth waar hij was opgegroeid.
Hallo.
Hallo.
Het was zijn gewoonte om op Sabbat naar de synagoge te gaan.
Men vroeg hem een gedeelte uit de profeet Jesaja voor te lezen.
Luister, de Geest van God is op mij,
Hij heeft mij gekozen om goed nieuws aan armen te brengen.
Hij stuurt me om gevangenen vrij te zetten en de blinden te laten zien.
Om vrijheid te geven aan onderdrukten,
en te verkondigen dat de tijd is gekomen dat de Heer zijn volk zal redden.
Nou, hij weet het wel te vertellen.
Vandaag is dit schriftwoord vervuld,
precies zoals het er staat.
De schrift in vervulling?
Die belofte kan alleen de Messias vervullen!
Hoe kan dat?
Natuurlijk zult u tegen mij zeggen:
Dokter genees u zelf.
U zult ook tegen mij zeggen:
We hebben gehoord wat u in Kafarnaum deed,
doe dat hier in uw vaderstad.
Maar ik zeg u dit,
geen enkele profeet is welkom in zijn eigen stad!
Ze waren van plan hem in de afgrond,
te duwen, maar hij liep midden tussen hen door
en vertrok.
Hij ging naar Kafarnaum, een stad in Galilea.
De Romeinse bezetting was overal merkbaar.
De mensen verlangden naar de Messias, die hen zou bevrijden van deze overheersing.
Sjaloom.
Hetzelfde, Meester.
Kan de boot mij dragen, Simon?
Waarom niet?
Hij gaat toch nu nog niet weg?
Jezus, we willen meer horen! Vertel ons meer!
Vertel ons meer!
Hij moet ons meer vertellen.
Er gingen twee mensen naar de tempel om te bidden.
De één was een farizeër, de ander een belasting inner.
De farizeër was hoogmoedig en bad:
Ik dank u God dat ik niet roofzuchtig, oneerlijk of overspelig ben zoals al die anderen.
Ik dank u ook dat ik niet zo ben als die belasting inner daar ginder.
Ik vast twee maal per week,
ik geef u een tiende van al mijn inkomsten.
De belasting inner stond op een afstand en durfde niet eens naar de hemel te kijken,
maar hij sloeg zich op de borst en zei:
God, ik ben een zondaar, heb genade.
Ik zeg u, het gebed van de belasting inner en niet dat van de farizeër, werd gehoord door God.
Want wie zichzelf verhoogt, zal vernederd worden,
maar wie zichzelf vernedert
zal verhoogd worden.
Vaar de boot een stuk die kant op naar diep water
en laat daar je netten neer voor een goeie vangst.
Oh, meester,
we hebben zo hard gewerkt de hele nacht
en we hebben niks gevangen.
Maar goed als u het zegt,
zal ik de netten neerlaten.
Jakobus!
Johannes!
(lachen)
Jakobus! Johannes! Kom eens met jullie boot we hebben
hulp nodig. Dat gaat niet, ons net is te vol.
[lachen] We moeten het niet overdrijven, dat is genoeg, dat is genoeg!
Ga maar weg van mij, heer.
Ik ben een slecht mens.
Wees niet bang.
Je wordt nu een visser van mensen.
Kom bij mij, hoor naar de woorden die ik spreek, luister en je ziel zal leven. Zoek de heer,
nu je hem nog vinden kunt. Roep tot hem, hij is dichtbij. Als je goddeloos leeft,
verlaat je slechte weg, laat je verkeerde gedachten los en keer terug tot God.
Hij zal zich over je ontfermen, want hij is een vergevende,
en liefdevolle God, je zult vreugde hebben en in vrede worden geleid.
Hij komt! Hij komt! Kijk! Hij komt eraan!
Jezus!
Jezus!
Ik smeek u, red mijn enige dochter!
Heer, ontferm u.
Ze is nog maar 12 jaar oud... Ze gaat dood.
Alstublieft! Ga met me mee!
Jaïrus , het spijt me zo.
Jezus!
Je dochter is gestorven.
Laat de meester maar met rust.
Wees niet bang.
Geloof alleen en het komt goed.
Huil maar niet.
Ze is niet dood, ze slaapt alleen maar.
Meisje,
sta op.
Geef haar iets te eten.
Beloof me,
zeg tegen niemand wat hier is gebeurd.
Daarna zag hij een belasting inner zitten die Levi heette; hij zat bij het tolhuis belasting te innen.
Volg mij.
Jezus ging de berg op om tot God te bidden, hij bracht de hele nacht door in gebed.
Toen het dag werd, koos hij uit zijn leerlingen twaalf mannen die hij apostelen noemde.
Simon, die hij ook Petrus noemde,
Andreas, zijn broer,
Jakobus,
Johannes,
Filippus,
Bartolomeüs,
Matteüs,
en Thomas.
Jakobus, de zoon van Alfeüs.
Simon de ijveraar,
Judas, de zoon van Jakobus,
en Judas Iskariot, die Jezus later zou verraden.
Gelukkig, jullie armen,
voor jullie is Gods koninkrijk.
Gelukkig jullie hongerigen, je wordt verzadigd.
Gelukkig, wie nu huilt, want je zult lachen.
Gelukkig ben je als ze je haten, afwijzen, beledigen,
en slecht over je praten, alleen maar omdat je de Zoon des Mensen volgt.
Wees blij als je dat overkomt, dans van vreugde,
want er wacht je een grote beloning in de hemel.
Vroeger hebben ze de profeten net zo behandeld.
...zestien,
...zeventien,
achtien,
negentien,
twintig....
Meer heb ik niet.
Wat bedoel je met
meer heb ik niet? Wee jullie die nu rijk zijn!
Jullie hebben je deel al gehad.
(Lachen)
Hij wil niet rijk zijn, hij lijkt wel gek.
En wee jullie, die nu moeten lachen,
want je zult treuren en huilen.
Wee jullie als ze alleen maar lovend over je spreken.
Vroeger werd er lovend over de valse profeten gesproken.
Maar jullie die echt naar mij luisteren;
houd van je vijanden.
Wees goed voor hen die je haten.
Zegen wie je vervloeken.
Bid voor wie je slecht behandelen.
Als iemand je op de wang slaat,
keer hem dan de andere wang ook toe.
Als iemand je je jas afneemt, geef hem dan ook je shirt.
Als iemand iets vraagt, geef dat dan.
Als iemand jou iets afneemt,
vraag het dan niet terug.
Doe voor anderen,
wat je wilt dat ze ook voor jou zouden doen.
Als je alleen maar houdt van hen die van jou houden,
waarom zou je daarvoor dan beloond worden?
De zondaren houden ook van hen die van hen houden.
En als je goed bent voor hen die goed zijn voor jou,
waarom zou je daarvoor dan beloond worden?
Zelfs zondaren doen dat.
Dat ie haar aanraakt?
En dat hij met haar praat?
Het is walgelijk!
Nee,
houd van je vijanden,
en wees goed voor hen.
Leen en verwacht er niets voor terug.
En dan wordt je rijk beloond,
want je zult kinderen van de allerhoogste God zijn.
Want hij is goed voor ondankbare en slechte mensen.
Wees barmhartig,
zoals je hemelse vader barmhartig is.
Red ons, Jezus!
Oordeel niet, dan oordeelt niemand over jou!
Veroordeel niet,
dan veroordeelt niemand jou!
Vergeef,
dan wordt jou vergeven.
Leid ons op uw weg, heer!,
Geef, dan zal je gegeven worden.
En je zult veel meer terug krijgen dan je gaf.
Een blinde kan toch geen blinde leiden!
Als die dat doet, vallen ze allebei in een kuil.
Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broer? En let je totaal niet op de balk in je eigen oog?
Leid ons, meester!
We kunnen niet zonder u!
Gezegend is de moeder die u gedragen en gevoed heeft!
Meer gezegend zijn zij die het woord van God horen,
en gehoorzamen.
Ik zou die man wel willen leren kennen.
Denk je dat hij,
de Messias is?
Deze farizeër had Jezus uitgenodigd om bij hem thuis het maal te komen nuttigen.
Vooruit kinderen, wegwezen nu.
Je hebt me gehoord.
Weg!
Ze halen nog wel eens wat uit. Maar ja, dat doen kinderen.
Wat doet zij nou weer hier?
Ik heb echt geen idee.
Wat is ze aan het doen?
Als deze man echt een profeet zou zijn, dan zou hij weten wat voor vrouw hem aanraakt.
Hij zou weten wat voor zondig leven ze leidt.
Ik weet wie deze vrouw is, Simon.
Laat me je iets vertellen.
Er waren twee mannen die geld aan iemand schuldig waren.
De ene vijfhonderd zilveren munten en de andere vijftig.
Geen van tweeen kon hem terug betalen, dus,
schold hij hun schuld kwijt.
Wie zal meer van hem houden?
Ik neem aan diegene die de grootste schuld had.
Dat is juist.
Zie je deze vrouw?
Ik kwam hier binnen, maar je gaf me geen water om mijn voeten te wassen.
Zij heeft mijn voeten gewassen met haar tranen en ze afgedroogd met haar haar.
Toen ik aankwam gaf je me geen kus,
maar zij kust mijn voeten al vanaf dat ik hier ben.
Olijfolie voor mijn hoofd was er niet,
zij heeft mijn voeten gezalfd met parfum.
Ik zeg je dus,
zij geeft zoveel liefde, omdat haar zoveel zonden vergeven zijn.
Maar wie weinig is vergeven,
geeft ook weinig liefde.
Je zonden zijn je vergeven.
Hoe kan hij dat nou zeggen? Hoe kan hij haar zonden vergeven?
Je geloof heeft je gered, ga in vrede.
En Jezus reisde rond en bracht overal het goede nieuws over het koninkrijk van God.
De twaalf leerlingen reisden mee en een paar vrouwen die bevrijd waren van boze geesten.
Maria, die Magdalena werd genoemd,
Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes,
en Susanna.
De Romeinse overheerser Herodus, gooide Johannes de Doper in de gevangenis omdat hij
tegen hem had gezegd dat hij niet mocht trouwen met de vrouw van zijn broer.
En?
Toen we aankwamen bij de poort van Naïn,
kwam er net een begrafenisstoet uit.
De dode was de enige zoon van een weduwe.
Toen Jezus haar zag, stroomde zijn hart vol medelijden. Hij schoof het doodskleed opzij en zei:
Jonge man, ik zeg je, sta op.
De dode man kwam overeind en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.
Vraag hem:
Bent u
degene waarvan God zei dat die zou komen,
of moeten we toch wachten op iemand anders?
Meester!
Meester!
Johannes de Doper wil weten
of u diegene bent die komen zal,
of moeten we wachten op iemand anders?
Ga terug naar Johannes en vertel wat je hier ziet en hoort.
Blinden kunnen zien,
lammen kunnen lopen.
Gelukkig zijn zij die niet twijfelen aan mij.
Papa,
til je me op? Natuurlijk, op mijn schouder?
Kun je het nou zien? Ja, ik kan Jezus zien.
Een boer zaaide zaad in zijn akker.
Terwijl hij het uitstrooide, viel er wat zaad op de weg dat werd vertrapt,
en door de vogels opgegeten.
Er viel wat zaad op rotsige grond,
maar toen de plantjes uitliepen, verdroogden ze door tekort aan water.
Ook viel er zaad tussen de distels
en het zaad groeide op met de distels,
en werd verstikt.
En er viel zaad in vruchtbare grond.
De planten groeiden en droegen vrucht,
elk honderdvoudig.
Meester,
waarom vertelt u gelijkenissen als u in het openbaar spreekt?
Jullie worden de geheimen van het koninkrijk van God toevertrouwd.
Maar anderen horen het in gelijkenissen, zodat ze het zien zonder inzicht,
en horen zonder te begrijpen.
Dit is wat de gelijkenis betekent.
Het zaad is het woord van God.
Het zaad dat op de weg viel, zijn zij die er naar luisteren.
Maar dan komt de duivel en neemt alles weg uit hun hart,
omdat hij niet wil dat ze het woord geloven en worden gered.
Het zaad op de rotsige grond zijn zij die het woord horen en het blij ontvangen,
maar het schiet geen wortel.
Ze geloven voor een tijdje.
Maar als ze getest worden
vallen ze af.
Het zaad dat tussen de distels viel staat voor hen die luisteren,
maar zorgen, rijkdom of leven voor je plezier verstikken alles,
zodat ze geen vrucht dragen.
En dan het zaad in de goede grond,
dat staat voor hen die luisteren met een goed en eerlijk hart;
ze houden vol tot ze vrucht dragen.
Niemand ontsteekt een fakkel en bedekt dan het licht,
of zet hem onder het bed.
Hij zet hem juist op een standaard,
zodat de mensen het licht zien als ze binnen komen.
Alles wat verborgen is komt openbaar...
en alles wat bedekt is zal aan het licht komen.
Let dus goed op hoe je luistert,
omdat als je hebt, je meer wordt gegeven.
Maar als je niets hebt, wordt dat beetje wat je denkt te hebben weggenomen.
Meester,
Uw moeder en broers staan buiten te wachten.
Ze willen u spreken.
Mijn moeder en broers, zijn zij die Gods woord horen,
en gehoorzamen.
Op een dag stapte Jezus met zijn leerlingen in een boot en zei tegen hen:
Laten we naar de overkant van het meer varen.
Maar tijdens het zeilen viel hij in slaap.
Meester!
Meester!
Help, we vergaan!
De golven slaan over het schip. We verdrinken allemaal! Help ons, meester!
We worden gered!
Waar is jullie geloof?
Ze zeilden verder naar Gadara, dat aan de andere kant van het meer van Galilea ligt.
(Grommende geluiden)
(Grommende geluiden)
Jezus,
zoon van de allerhoogste God,
wat wilt u van mij?
Ik smeek u,
doe me geen pijn!
Wat is je naam?
Legioen.
Heer, wij smeken
stuur ons
niet naar de onderwereld.
Geef ons toegang,
tot die
kudde van
varkens.
Hey!
Kom terug!
Stop!
Stop!
En de demonen gingen uit de
man in de varkens. Kom terug!
Wegwezen hier!
Jij, opruier!
Verlaat ons!
Ga weg van deze plaats!
Verlaat ons!
Ga weg hier!
Ik volg u, waar u ook gaat.
Laat me
met u meegaan.
Ga naar huis,
en vertel wat God voor je heeft gedaan.
Jezus en zijn discipelen trokken zich terug in Betsaïda.
Maar de mensen kwamen het te weten en volgden hem.
Het werd steeds later in de middag.
Meester,
stuur de mensen naar huis,
zodat ze nog tijd hebben om naar de dorpen en boerderijen te gaan
voor wat eten en onderdak. Het is hier zo afgelegen.
Jullie zouden ze te eten kunnen geven.
Maar het enige dat we hebben zijn vijf broden en twee vissen.
Gezegend zijt Gij, O Here, onze God. Koning van het heelal. Die het brood voortbrengt uit de aarde.
Het is een wonder!
Ongelofelijk!
Wie zeggen ze dat ik ben?
Sommige zeggen dat u Johannes de Doper bent.
Anderen zeggen dat u Elia bent,
en nog weer anderen zeggen dat u een van de oude profeten bent
die weer tot leven is gekomen.
En jullie?
Wie ben ik volgens jullie?
U bent Gods Messias.
Vertel dit aan niemand.
De "Zoon des mensen" zal lijden en afgewezen worden
en daarna gedood.
Maar drie dagen later zal hij weer tot leven komen.
Wie van jullie wil mij volgen?
Ik wil u wel volgen, meester,
maar eerst,
moet ik
de boel thuis op orde brengen.
Stel niet uit tot morgen wat je nu kunt doen, anders ben je niet geschikt voor Gods koninkrijk.
Als iemand mij wil volgen, moet hij zichzelf verloochenen
elke dag zijn kruis opnemen en mij volgen.
Want wie zijn leven veilig wil stellen zal het verliezen,
en wie zijn leven zal verliezen om mij, zal het redden.
Wat heeft een mens eraan als hij de hele wereld wint, maar zijn eigen ziel verliest?
Als iemand zich schaamt voor mij en voor wat ik leer,
voor zo iemand zal de "Zoon des mensen" zich schamen als hij komt in zijn glorie,
en de glorie van de Vader en de engelen.
Ik verzeker je,
een aantal van jullie zal niet sterven voordat ze Gods koninkrijk hebben gezien.
Jezus nam Petrus, Johannes en Jakobus met zich mee de berg op om te bidden.
Terwijl hij in gebed was veranderde de aanblik van zijn gezicht en zijn kleren werden stralend wit.
Opeens stonden er twee mannen met hem te praten. Mozes en Elia waren verschenen in hemelse glorie.
U zult Gods wil volbrengen.
U zult sterven in Jeruzalem.
Toen ze weg wilden gaan zei Petrus tegen Jezus:
Meester, wat is het goed hier te zijn.
We zetten drie tenten op.
Een voor u,
Terwijl Petrus praatte dreef er een wolk over die hen helemaal omhulde. De leerlingen werden bang.
één voor Mozes
en één voor Elia.
Toen hoorde ze een stem uit de wolk zeggen: Dit is mijn zoon, hem heb ik uitgekozen. Luister naar hem.
Meester!
Meester,
Ik smeek u, help mijn zoon!
Alsjeblieft, alsjeblieft, help hem.
Hij is mijn enig kind.
Ik heb uw leerlingen gesmeekt de boze geest uit te drijven,
maar ze konden het niet.
Oh, jullie harde, ongelovige mensen.
Hoe vaak maak ik dit nog mee en moet ik jullie verdragen?
Breng je zoon hier.
Zijn gezicht is ook genezen!
Het is een wonder!
Leer ons bidden,
net zoals Johannes zijn leerlingen leerde.
Als jullie bidden, zeg dan:
Onze Vader in de hemel,
Uw naam worde geheiligd.
Uw koninkrijk kome,
zoals in de hemel, worde uw wil gedaan op aarde.
Geef ons elke dag het brood dat we nodig hebben.
En vergeef ons onze schuld,
zoals ook wij een ieder vergeven, die ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving.
Red ons uit de greep van het kwaad.
Vraag, en dan zal je gegeven worden;
zoek, en je zult vinden;
klop, en de deur zal voor je open gaan.
Want ieder die vraagt zal ontvangen,
en wie zoekt zal vinden,
en de deur zal open gaan voor iedereen die klopt.
(lachen)
Welke vader onder jullie geeft aan zijn kind
een slang als die vraagt om een vis,
of een schorpioen als die vraagt om een ei?
Zo slecht als je bent, je weet het goede aan je kinderen te geven.
Hoe veel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest dan niet geven, aan wie hem erom vragen.
Ik zeg jullie,
maak je geen zorgen over wat je zult eten.
En ook niet over de kleding die je draagt.
Want het leven is meer dan voedsel en het lichaam is meer dan kleding.
Let eens op de raven.
Ze zaaien niet, oogsten niet, en hebben geen voorraadschuur.
Het is God die ze voedt.
Hoeveel meer zijn jullie niet waard dan de vogels?
Wie kan door bezorgd te zijn, zijn levensduur verlengen?
Als je zoiets kleins al niet kunt,
maak je dan ook geen zorgen over de rest.
Let eens op de lelies,
hoe ze groeien.
Zij kleden zichzelf niet,
maar zelfs koning Salomo in al zijn pracht, ging niet gekleed als een van hen.
Als God
de wilde bloemen die zo kort bloeien al met zoveel zorg kleedt,
hoeveel temeer zal hij jullie kleden.
Oh, wat hebben jullie weinig geloof.
Geef ons dan meer geloof.
Als je geloof zo groot zou zijn als een mosterdzaadje, en je zou
zeggen tegen deze moerbeiboom:
Plant jezelf met wortel en al in de zee, hij zou je gehoorzamen.
Verleiding tot zonden zal zeker komen,
maar wee diegene, die daarvoor verantwoordelijk is.
Het zou voor hem beter zijn als hij met een molensteen om zijn nek in de zee werd gegooid,
dan dat hij één kind tot zonde aanzet.
Waarmee zal ik het koninkrijk van God
vergelijken ?
Het is als een klein mosterdzaadje, dat iemand zaait in zijn tuin.
De plant groeit uit tot een enorme struik,
en de vogels maken hun nesten in de takken.
Ik heb geen idee waar hij het over heeft.
Waarom eten en drinken jullie met belasting inners en andere zondaars?
Gezonde mensen hebben geen dokter nodig,
maar alleen zij die ziek zijn.
Ik ben hier niet om met zichzelf ingenomen mensen te veranderen,
maar zondaars.
Vertel nog eens over het koninkrijk?
Ik wil er meer over weten?
Wees niet bang, kleine schaapskudde, want jullie hemelse vader wil jullie het koninkrijk geven.
Verkoop je bezittingen, geef het geld aan de armen.
Ga naar de hemelse bank die nooit failliet kan gaan, en zorg dat je een schat in de hemel verzamelt
waar geen dief bij kan komen,
en geen mot hem kan aanvreten.
Want je hart is altijd daar, waar je schat is.
Vrouw,
je bent van je ziekte verlost.
Kijk, ze is genezen! Inderdaad, ze is genezen! Een wonder!
P-p-p-prijs
de heer!
Achttien jaar!
God zegen u, Rabbi!
Een week heeft zes dagen om te werken.
Kom op een van die dagen voor genezing,
maar je komt niet op de Sabbat.
Jullie huichelaars!
Iedereen maakt zijn os of ezel los, leidt hem uit de stal en geeft hem te drinken op Sabbat.
Nu is hier een dochter van Abraham, satan hield haar achttien jaar lang gebonden,
en zij mag niet bevrijd worden op de Sabbat?
Goede meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te krijgen?
Waarom noem je mij goed?
Niemand is goed dan alleen God.
Je kent de geboden:
Pleeg geen overspel.
Pleeg geen moord, steel niet en beschuldig niemand vals.
Eer je vader en moeder.
Maar sinds mijn jeugd heb ik me aan deze geboden gehouden.
Er is nog een ding wat je moet doen.
Verkoop alles wat je hebt, geef het geld aan de armen,
en je krijgt een schat in de hemel.
En kom dan en volg mij.
Maar wij zijn kooplieden,
en rijk ook.
Wat is het moeilijk voor rijken om Gods koninkrijk in te gaan.
Het is makkelijker voor een kameel om door het oog van de naald te kruipen,
dan voor een rijke om Gods koninkrijk in te gaan.
Wie kan dan worden gered?
Wat onmogelijk is voor een mens is mogelijk bij God.
Wanneer precies komt het,
Gods koninkrijk?
Het koninkrijk van God komt niet zo dat je het kunt aanwijzen.
Niemand kan zeggen,
Kijk,
daar is het, of, Hier is het,
want het koninkrijk van God is in je.
De tijd komt dat je verlangt een van de dagen van de Mensenzoon te zien,
maar je zult het niet zien.
Zoals een bliksemflits de hemel verlicht, zo zal het ook zijn op de dag dat de Zoon des mensen verschijnt.
Maar eerst moet hij veel lijden en door deze generatie afgewezen worden.
Nog eerder zullen de hemel en de aarde vergaan dan dat er ook maar een detail van de wet zou wegvallen.
Veel profeten en koningen begeerden te zien wat jullie zien, ze kregen het niet te zien
en te horen wat jullie horen, ze hoorden het niet.
Wat kunnen we doen?
Wat zegt het woord?
Wat is echt belangrijk?
Houd van de heer, je God
met heel je hart,
met heel je ziel,
met al je kracht,
met heel je verstand.
En houd van je naasten als van jezelf.
Precies.
Doe dat en je zult leven.
Wie is mijn naaste?
Niet die soldaten.
En Caesar dan he?
Er was eens een man die van Jeruzalem naar Jericho reisde,
toen rovers hem overvielen,
beroofden en sloegen en hem half dood achter lieten.
Toevallig kwam er een priester langs. Maar toen hij de man zag liggen, liep hij met een boog om hem heen.
Er kwam ook een Leviet langs. Hij keek naar het slachtoffer en liep toen aan de andere kant voorbij.
Een Samaritaan kwam ook langs de man, toen hij hem zag
stroomde zijn hart vol medelijden.
Hij ging naar de man toe, goot olie en wijn in zijn wonden en verbond hem.
Toen zette hij hem op zijn rijdier en bracht hem naar een herberg waar hij voor hem zorgde.
De volgende dag gaf hij twee zilverstukken aan de herbergier, en droeg hem op voor de man te zorgen.
Hij zei, "Als U meer kosten maakt, betaal ik dat als ik weer langskom."
Wie van de drie was nu de naaste van de man die werd overvallen door de rovers?
De man die medelijden had.
En zo moeten jullie ook doen.
Ha, ha!
Laat de kinderen bij mij komen, houd ze niet bij me weg.
Gods koninkrijk is juist voor hen.
Voorwaar, ik verzeker jullie;
Iedereen die niet als een kind openstaat om het koninkrijk van God te ontvangen, komt er niet in.
Wie een kind welkom heet in mijn naam, verwelkomt mij,
en wie mij verwelkomt, heet hem welkom die mij heeft gestuurd.
Want wie de minste wil zijn is pas echt groot.
Hey, wat is er aan de hand?
Jezus uit Nazareth komt hier voorbij.
Jezus!
Jezus!
Zoon van David, heb medelijden met mij!
Wat wil je dat ik voor je doe?
Ik wil graag weer zien.
Zie dan weer.
Je geloof heeft je genezen.
Ik kan zien!
Ik kan zien!
Ik kan zien!
Terwijl Jezus op weg was naar Jeruzalem, werd hij gevolgd door massa's mensen.
Ze wilden dat hij hen meer zou vertellen over bevrijding
en het koninkrijk van God. De mensen begonnen Jezus te erkennen als hun heer en meester.
Deze man is echt een profeet.
Mijn heer en meester, red mij!
Oh, heer, red ons, red ons!
Prijs de heer!
Wijs ons de juiste weg, heer!
In Jericho woonde Zacheüs, een belasting inner die schatrijk was.
Hij wilde Jezus graag zien, daarom klom hij in een vijgenboom.
Dat is die belasting inner.
Kom vlug naar beneden, Zacheüs,
Ik moet vandaag bij jou thuis zijn.
Bij mij thuis?
Wie wil er nou bij hem thuis komen?
Hoe kent Zacheüs Jezus nu weer?
Meester,
ik geef
de helft van mijn bezit
aan de armen,
en wie ik iets
heb afgeperst,
die betaal ik
vier keer zoveel terug.
Niet te geloven een belasting inner, die zijn belasting geld terug betaalt, dat is toch niet mogelijk!
Vandaag is dit huis gered!
Want deze man is ook een zoon van Abraham!
Ik kwam om wat verloren is te zoeken en te redden.
Luister.
We gaan naar Jeruzalem,
waar alles wat de profeten schreven over de Mensenzoon zal gebeuren.
Hij wordt uitgeleverd aan de heidenen.
Ze zullen hem bespotten.
schaamteloos behandelen en hem bespugen.
Hem geselen en doden.
Maar op de derde dag
zal hij opstaan.
Alhoewel Jezus wist dat hij in Jeruzalem zou worden gedood voor de zonden van de mensen,
ging hij toch op weg naar Jeruzalem.
Veel mensen waren blij met zijn komst.
Rabbi, gebied uw leerlingen hun mond te houden.
Ik zeg u, als zij zouden zwijgen,
dan zouden de stenen beginnen te roepen.
Vrede in de hemel en eer aan de allerhoogste!
Toen Jezus Jeruzalem zag liggen begon hij te huilen.
Als je toch,
vandaag had geweten wat nodig is voor jou vrede, maar nu ben je der blind voor.
De tijd komt dat je vijanden
je medogenloos zullen omsingelen en je aan alle kanten zullen insluiten.
Binnen je muren zullen ze je vertrappen...
Jou en je kinderen.
En ze zullen geen enkele steen op de andere laten, omdat je de tijd van Gods komst niet hebt opgemerkt.
In de heilige tempel in Jeruzalem werd handel gedreven, in plaats van dat God daar aanbeden werd.
Vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, elf, twaalf, dertien, veertien, vijftien, zestien, zeventien,
achttien, negentien, twintig, eenentwintig, tweeentwintig, drieentwintig, vierentwintig..
Gods woord zegt,
Mijn huis zal een huis van gebed zijn,
maar jullie hebben het veranderd in een rovershol.
Stop die man, hij laat de dieren los!
Stop hem!
Hou hem tegen!
Roep de bewakers! Roep de bewakers!
De tegenstand onder de politieke en religieuze leiders van het volk groeide,
omdat het hele volk Jezus als koning wilde.
Wat ik begrijp is dat de meeste mensen hem al als een koning zien.
Een koning? ha, ha.
Zeker van bedelaars, hoeren en dieven.
We hebben dit eerder gezien.
Ze komen, stellen hun eisen en gaan.
Ze zijn zo vergeten.
Wees niet zo blind.
Elke dag wordt zijn aanhang groter.
Het volk bewondert hem.
Ze zien hem als koning.
Ik wil jullie hierbij waarschuwen.
Als deze man de vrede nog meer gaat bedreigen,
dan weet ik jullie te vinden.
Misschien heeft hij gelijk.
Het wordt tijd dat we hem aanpakken.
De aanhang onder de joden groeide, maar de tegenstand groeide ook.
Jezus confronteerde de huichelaars onder de schriftgeleerden en farizeërs
steeds meer met hun schijnheiligheid. In de tempel zag Jezus een arme weduwe
twee kopermuntjes in de offerkist gooien. Nou dat is wel heel weinig.
Zo,
kun je het missen?
Ik zeg u,
deze arme weduwe heeft meer gegeven dan iedereen hier.
Want al die anderen offeren alleen van hun overvloed.
Maar zij, zo arm als ze is, gaf al het geld waarvan ze moet leven.
Zeg ons:
Wie geeft u het recht om deze dingen te zeggen?
Wie geeft u die bevoegdheid?
Laat mij u een vraag stellen.
Doopte Johannes de Doper de mensen in opdracht van God of van mensen?
Wat zullen we zeggen?
Als wij zeggen, van God,
dan zal hij zeggen,
waarom gelooft u hem dan niet?
Maar als we zeggen, van mensen, zal het hele volk ons stenigen.
Ze zijn overtuigd dat Johannes een profeet was.
We weten het antwoord gewoonweg niet.
Dan zeg ik u ook niet op grond van welke bevoegdheid ik dit doe.
Er was eens een man die een wijngaard aanlegde,
daarna verpachtte hij hem,
en ging voor lange tijd op reis.
Toen het tijd voor de druivenoogst was,
zond hij een knecht naar de pachters,
om zijn deel van de oogst op te halen.
Maar de pachters, mishandelden de knecht en gaven hem niets mee.
Hij stuurde een andere knecht.
Maar de pachters sloegen hem ook, behandelden hem schaamteloos, ook hij keerde met lege handen terug.
Toen stuurde hij een derde knecht; ook die werd verwond de wijngaard uitgegooid.
Toen zei de eigenaar bij zichzelf, Wat moet ik doen? Ik stuur mijn eigen zoon.
Voor hem hebben ze zeker respect.
Maar toen de pachters hem zagen aankomen, zeiden ze tegen elkaar,
Dat is de erfgenaam.
Laten we hem doden, dan is het land van ons.
Hoe liep het af?
Ze gooiden hem de wijngaard uit,
en doden hem.
Wat zal de eigenaar van de wijngaard met die pachters doen?
Hij komt zelf en doodt die pachters en geeft de wijngaard aan anderen.
Waarom zou Gods woord zeggen?
De steen die door de bouwlieden afgekeurd werd,
werd de allerbelangrijkste steen.
Iedereen die over die steen struikelt zal gebroken worden.
En als die steen op iemand valt,
wordt die verpletterd tot stof.
Meester,
we weten dat wat u ons onderwijst waar is.
We weten dat u zonder aanzien des persoons spreekt,
maar de waarheid spreekt over wat God wil van de mensen.
Zeg ons,
staat onze wet ons toe de romeinse keizer belasting te betalen, of niet?
Pas op heer, het is een strikvraag.
Geef me een zilveren munt.
Wiens gezicht en naam staan op deze munt?
Caesar!
Geef dan aan keizer Caesar
wat van Caesar is,
en aan God
wat aan God toebehoort.
Wat heb je daar nog op te zeggen?
Het feest van de ongezuurde broden, de dag waarop het paaslam wordt geslacht, kwam dichterbij.
Jesus stuurde Petrus en Johannes op pad om het Pesach maal te bereiden.
Ik heb zo verlangd dit Pesach maal met jullie te delen, voor mijn lijdenstijd.
Want ik zal dit,
niet meer eten voordat het zijn volle betekenis heeft gekregen in Gods koninkrijk.
Gezegend zijt Gij, Heer onze God,
Koning van het heelal,
Die de vrucht van de wijnstok heeft geschapen.
Neem deze beker en geef hem door.
Ik zal niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God is gekomen.
Gezegend zijt Gij, Heer onze God,
Koning van het heelal,
Die het brood voort brengt uit de aarde.
Dit is mijn lichaam, voor jullie gegeven.
Doe dit om mij te gedenken.
Deze beker is het nieuwe verbond, bezegeld in mijn bloed dat voor jullie vergoten wordt.
Maar weet, die mij verraden zal zit hier met mij aan tafel.
God heeft bepaald dat de Mensenzoon moet sterven, maar wee de mens die hem zal verraden.
Ben ik het?
Natuurlijk niet.
Ik toch niet, he meester?
Vraag hem wie hij bedoelt!
De belangrijkste onder jullie moet als de minste zijn,
en de leider moet als een dienaar zijn.
Wie is belangrijker.
Degene die aan tafel eet,
of degene die bedient?
Degene die eet aan tafel natuurlijk.
Maar ik ben bij jullie als iemand die dient.
Jullie zijn in al mijn beproevingen bij mij gebleven.
Zoals mijn vader mij voor het koningschap heeft bestemd,
bestem ik jullie voor het koningschap.
Jullie zullen eten in mijn koninkrijk, aan mijn tafel,
en zitten op tronen om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël.
Dus, dan is er geen verrader.
Simon, Simon, luister,
Satan heeft geeist jullie allemaal te testen;
hij wil jullie als graan zeven om te zien of jullie geloof echt is.
Maar ik heb voor je gebeden, Simon, dat je geloof niet bezwijkt.
En als je tot inkeer bent gekomen, moet je je broeders sterken.
Heer,
als het moet, ga ik met u de gevangenis in,
om met u te sterven.
Petrus,
de haan zal vandaag niet kraaien voordat jij driemaal hebt gezegd dat je me niet kent.
Ik gaf je niks mee, toen ik jullie uitzond; kwamen jullie toen iets te kort?
Nee,
niets.
Nu moet je kijken wat je nodig hebt en dat meenemen.
Als je geen zwaard hebt, verkoop je mantel en koop een zwaard.
Gods woord zegt,
Hij zal op één lijn gesteld worden met de misdadigers.
En wat daar geschreven is over mij gaat nu gebeuren.
Kijk.
Hier zijn twee zwaarden, heer.
Zo is het genoeg.
De raad van oudsten vergaderde om te bespreken, hoe ze Jezus uit de weg zouden kunnen ruimen.
Toen voer de satan in Judas Iskariot, een van de twaalf leerlingen van Jezus.
Met de oudsten zocht hij een goed moment om Jezus uit te leveren.
Jezus verliet Jeruzalem om, zoals hij gewend was, te gaan bidden op de olijfberg.
Bid, dat jullie niet beproefd worden.
Judas Iskariot verraadde Jesus voor slechts dertig zilverstukken.
Jezus was op de olijfberg om te bidden. Hij wist dat het uur van zijn dood snel dichterbij kwam.
Vader,
als u het wilt, neem deze beker van mij weg.
Maar niet mijn wil maar uw wil moet geschieden.
Wat u ook beslist,
ik zal me aan uw wil onderwerpen.
Uit de hemel kwam een engel om hem kracht te geven.
Hij was zo angstig dat zijn zweet in grote druppels als bloed op de grond viel.
Waarom slapen jullie?
Sta op,
en bid dat jullie niet beproefd zullen worden.
Judas,
verraad je met een kus de "Zoon des mensen"?
Heer, zullen we erop slaan met het zwaard?
Vooruit, arresteer hem.
Zo is het genoeg!
Het is gewoon een wonder!
Moest u met zwaarden en knuppels komen alsof ik een bandiet ben?
Ik was elke dag in de tempel en u hebt niet eens geprobeerd mij te arresteren.
Maar dit is uw uur.
Het uur van de macht van de duisternis.
Arresteer hem!
Bewaak hem goed.
De soldaten namen hem mee naar de binnenplaats en bespotten hem als koning der Joden.
Hier is een koningsmantel.
Nou, profeteer eens wat er gebeuren gaat.
Ga je ons redden, uwe majesteit? Ga je ons verlossen?
Deze man hoort ook bij Jezus.
Mens, ik ken hem niet eens.
Ik heb ze samen gezien.
(lachen) Uw nederige dienaars. (lachen)
(lachen) Zo, en hoe voelt het om naar iemand op te kijken?
Jij bent er ook één van hen, he.
Dat ben ik niet.
Geen twijfel mogelijk, die man hoort bij Jezus,
en hij komt ook nog eens een keer uit Galilea.
Vlieg op man.
Ik zou niet weten waar je het over hebt.
Jezus draaide zich om en keek Petrus aan.
Toen dacht Petrus aan de woorden die Jezus had gezegd : Voordat de haan vandaag
kraait zul je drie keer zeggen dat je mij niet kent.
Oh oh, heer.
Ik smeek u,
doe wat u
goed dunkt, naar de grootheid van uw macht.
U.
Wie onze voorvaders vergaf, toen zij tegen uw woord zondigden.
U.
Die boos op hen was,
maar hen niet vernietigde.
Door uw liefde voor hen en uw grote trouw,
spaarde u hen.
Wie sloeg je nou?
Voorspel eens!
Wie gaat je nu slaan?
Hou op!
Houd daarmee op!
Breng hem voor de raad.
Vooruit!
De religieuze leiders van het volk waren bij elkaar gekomen om Jezus te ondervragen.
Zeg ons.
Bent u de Messias?
Als ik het zeg,
gelooft u mij toch niet.
En als ik u een vraag stel, antwoordt u me niet.
Maar vanaf nu zal de Mensenzoon zitten aan de rechterhand van de almachtige God.
U bent dus,
de zoon van God?
U zegt wie ik ben.
Wie geeft hem het recht dat te zeggen?
Schuldig!
We hebben allemaal kunnen horen wat hij heeft gezegd.
We brengen hem naar Pilatus.
Ja, weg met hem! Breng hem naar Pilatus.
Meekomen!
Ze leidden hem voor aan Pilatus, de wreedste van alle Romeinse gouverneurs
die alleen al verantwoordelijk was voor duizenden kruisigingen.
En wat moeten jullie hier,
zo vroeg in de morgen?
Deze man hier misleidt ons volk.
Hij heeft een oproer veroorzaakt op het tempelplein.
Wat moet zijn straf worden?
Oordeel hem!
Ik zie geen enkele reden om deze man te veroordelen.
Hij is schuldig.
Hij zegt dat we geen belasting aan de keizer moeten betalen.
Hij zegt dat hij de Messias is,
een koning.
Een koning?
Bent u de koning van de Joden?
Dat is wat u zegt.
Hij is begonnen in Galilea en nu is hij hier naartoe gekomen.
In Galilea?
Is deze man een Galileeër?
In dat geval
moet Herodes het maar afhandelen.
Herodes is toch in Jeruzalem?
Breng hem naar Herodes!
Wie ben jij eigenlijk?
En wie zijn die discipelen van jou?
Er wordt gezegd dat je wonderen kunt verrichten.
Laat me er eens eentje zien.
Mijn heer.
Weet u, hij misleidt hier iedereen.
Hij noemt zichzelf
de koning.
Deze man?
Een koning? ( lachen)
Uwe majesteit.
Zorg dat je hem niet mist.
Stuur hem terug naar Pilatus.
Dit is zijn provincie.
Deze man
deed niets waarop de doodstraf zou kunnen staan.
Dus ik laat hem geselen,
en ik laat hem vrij.
U heeft zich verplicht voor dit feest één gevangene vrij te laten. Weet u nog?
Geef vrijheid terug
aan Barabbas.
Ja.
En weg met deze man.
Laat Barabbas vrij.
Kruisig hem!
Ja, kruisig hem!
Jullie,
Jullie,
gesel hem.
Waar wacht je nog op, Pilatus?
Dat is Jezus! ( geluid van de zweep )
Waarom doen jullie hem dit aan?
Laat hem, alsjeblieft!
Hou op! ( geluid van de zweep)
Pak hem op!
Ze bleven schreeuwen dat Jezus gekruisigd moest worden.
Pilatus gaf toe en sprak het doodsoordeel over Jezus uit, hij liet op hun verzoek Barabbas vrij,
een man die voor oproer en moord gevangen zat, en leverde Jezus aan hen uit om te worden gekruisigd.
Opzij!
Ga weg jullie!
Opzij! Uit de buurt!
Weg!
Opzij jullie.
Uit de weg!
Opzij!
Uit de weg!
Jij daar! Blijf van hem af.
Opzij zeg ik!
Wegwezen!
Jij daar, uit de weg!
Opzij, zeg ik!
Opstaan! Opstaan!
Weg daar!
Jij daar!
Hoe heet je?
Simon van Cyrene, meneer.
Kom met me mee!
Snij die touwen door!
Draag dat kruis.
Vooruit, lopen!
Opzij!
Opzij,
Blijf van hem af!
Opzij jullie, uit de weg.
Weg.
laat hem erdoor!
Uit de weg!
We hebben zo'n verdriet om u heer. Hier, drink iets.
Drink. Ja, drink.
Dochters van Jeruzalem.
Huil niet on mij,
maar huil om jezelf en om je kinderen.
Want als dit gebeurt met het jonge, groene hout
wat zal gebeuren als het hout droog is?
Moge God u helpen.
We bidden voor u.
Hierheen!
Doorlopen!
Sneller!
Sneller,
Tempo.
Nu, vooruit!
Vooruit, schiet op, sneller, vooruit!
Sneller!
Vooruit!
Lopen!
Nou verder, vooruit!
Doorlopen jij.
Schiet een beetje op. (schreeuwen)
Zet het kruis rechtop!
Jij daar, sla die pin er in!
Touwen los!
Vader, vergeef hun.
Ze weten niet wat ze doen.
Hij heeft anderen gered;
laat hem nu zichzelf redden.
Ja, red jezelf als je echt de Messias bent! Ja, kom dan van dat kruis af.
Doe eens een van je wonderen!
Jezus werd gekruisigd tussen twee misdadigers in
zoals de profeten, honderden jaren daarvoor, hadden voorzegd.
Jongens, dit is niet zomaar een gewone mantel, he.
(Lachen)
Hier! Laat los!
Laten we er om loten!
Ah, jij hebt toch altijd geluk. Wat ga je er nou mee doen?
Boven zijn hoofd werd een bord gespijkerd met de woorden: Dit is de koning van de Joden.
Waarom red je jezelf niet als je de koning van de Joden bent.
Ben jij
niet
de Messias?
Red
jezelf,
en--en ons.
Heb jij geen ontzag voor
God. Hij kreeg dezelfde straf
als jij,
maar hij heeft niks verkeerds gedaan.
Denk aan mij, Jezus,
als u in uw koninkrijk komt.
Ik beloof je,
vandaag kom je in het paradijs
met mij.
Het was twaalf uur 's middags toen er een zonsverduistering over het hele land kwam,
die duurde tot drie uur in de middag.
Toen scheurde het voorhangsel van de tempel doormidden.
Vader,
in uw handen
leg ik mijn,
mijn geest.
Toen de hoofdofficier zag wat er gebeurd was, loofde hij God, en hij zei:
Eer aan God! Werkelijk, deze man was een rechtvaardige.
Josef van Arimathea, een rechtvaardig lid van de religieuze raad had niet ingestemd
met het veroordelen van Jezus.
Hij vroeg Pilatus toestemming om het lichaam van Jezus in een graf te mogen leggen,
voor het aanbreken van het Paasfeest.
Hier is de olie en balsem voor het lichaam van onze Heer.
Ik help je wel.
Maar maak voort,
het is bijna Pasen.
Heel vroeg op de eerste dag van de week, gingen ze naar het graf.
Ze hadden de klaargemaakte geurige olie bij zich.
Ze zagen dat de steen voor het graf was weggerold.
Toen ze het graf inliepen zagen ze dat het lichaam van Jezus weg was.
Waarom zoeken jullie de levende onder de doden? Hij is hier niet, hij is opgestaan.
Herinner je wat hij gezegd heeft toen hij bij jullie was in Galilea.
De Mensenzoon moet worden uitgeleverd aan zondaars,
gekruisigd worden, en op de derde dag opstaan."
Luister!
De steen was weggerold!
We gingen naar binnen,
en het lichaam van Jezus was
weg.
Wat? Het lichaam van Jezus weg?
Er verschenen twee mannen...
engelen... ze schenen...
als de zon.
En ze zeiden tegen ons:
Waarom zoeken jullie de levende
bij de doden?
Echt waar.
Geloof ons.
Geloof ons.
We hebben ze gezien! Ga zelf maar kijken! Het graf is leeg! Onze Heer is weg!
Petrus, je moet ons geloven!
Jezus verscheen aan twee van zijn leerlingen. Opgewonden kwamen ze weer bij de anderen.
De Heer is echt opgestaan!
Hij is verschenen aan Simon!
We herkenden hem niet toen hij met ons meeliep.
Maar bij het breken van het brood
herkenden we hem wel.
In Emmaus.
Wat raar dat hij daar naar toe gaat.
Vrede zij met jullie.
Waarom zo onrustig?
Waarom komt er nog twijfel in jullie op?
Kijk.
Mijn handen en mijn voeten.
Zie dat ik het echt ben.
Voel, raak me aan.
Een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals je ziet dat ik heb.
Dit is waar ik het over had toen ik nog bij jullie was.
Alles wat over mij is geschreven in de wet
van Mozes, de profeten en psalmen moest gebeuren.
Dit zegt Gods woord.
De Messias zal lijden
en uit de dood opstaan op de derde dag.
En in zijn naam
zullen alle volken de boodschap van bekering en vergeving van zonden horen,
te beginnen in Jeruzalem.
Jullie zijn hiervan getuige.
Ik zelf stuur wat mijn vader jullie beloofd heeft.
Maar jullie moeten wachten in de stad
tot de kracht van boven op jullie neer daalt.
De heer zegent en beschermt jullie.
Mij is alle macht gegeven, in de hemel en op de aarde.
Daarom ga, en onderwijs de volken, doop hen in de naam van de Vader, van de Zoon en de Heilige Geest.
Leer hen zich te houden aan alles wat ik jullie heb opgedragen.
En weet, ik ben met jullie, altijd, tot aan de voleinding van de wereld.
Lang geleden schreven de profeten in Gods woord,
dat God de Messias zou sturen om zondaren te redden en hen te verzoenen met God.
Het leven van Jezus laat duidelijk zien dat hij inderdaad
deze door God beloofde redder van de wereld is.
De Profeet Jesaja schreef: Een maagd zal zwanger worden, en een zoon baren. En dat gebeurde.
God koos Maria uit, ze was nog maagd, om door zijn kracht zwanger te worden.
Uit haar werd Jezus geboren.
Het wonder van zijn geboorte, zoals het geschreven is in Gods woord,
was Gods teken dat dit kind de Messias was.
Hij wordt door God, zijn eigen zoon genoemd.
Als mensen Jezus zagen, dan zagen ze het karakter en de kracht van God.
Hij genas de mensen en vergaf hun zonden en hij beloofde hen een plaats in zijn eeuwig koninkrijk.
Jezus offerde zijn leven volkomen vrijwillig en droeg de straf voor alle mensen.
Toen werd hij weer levend, en liet hij zien dat zijn kracht groter is dan de kracht van de dood.
Jezus de Messias zei: Ik heb de kracht om mijn leven te geven en het weer terug te nemen.
Het leven van Jezus kwam precies overeen met wat de profeten
hadden geschreven over het leven van de Messias.
Het bevestigde: Gods heilig woord is waar en onveranderd.
Zoals de profeten verklaren: Het woord van God is zuiver, uw woord is eeuwig, O heer.
Jezus zelf zei: De hemel en de aarde zullen voorbij gaan, maar mijn woorden zullen nooit eindigen.
In het begin schiep God Adam en Eva, opdat ze gelukkig zouden leven in zijn tegenwoordigheid.
Maar ze vertrouwden God niet en waren ongehoorzaam aan zijn opdracht.
Hierdoor konden ze niet langer in zijn nabijheid leven.
In de bijbel staat geschreven dat alle mensen hebben gezondigd
en: Het gevolg van zonden is dood.
Zondige mensen kunnen niet leven in Gods tegenwoordigheid.
Maar zoals God voorzag in een ram om te sterven in de plaats van Abrahams zoon,
zo zond God Jezus de Messias, om te sterven in de plaats van Adams nakomelingen.
Zijn leven, dood en opstanding herstellen de relatie tussen God en allen die hun vertrouwen op hem stellen.
Petrus zegt: Jezus is degene over wie alle profeten gesproken hebben.
Zij zeiden dat God de zonden vergeeft van iedereen die in hem gelooft.
Daarom zullen zij die Jezus volgen ontkomen aan het oordeel, om voor altijd met God te leven.
Toen Jezus was opgestaan uit de dood, zei hij tegen zijn volgelingen:
Mensen zullen in mijn naam aan alle volken verkondigen
dat God de zonde vergeeft van hen die berouw hebben en terugkeren naar Hem.
Ook zei Jezus dat hij de Heilige Geest zou sturen om altijd bij zijn volgelingen te zijn,
om hen de waarheid te laten zien, en kracht te geven Gods weg te gaan.
Toen de zondige vrouw spijt had over haar zonden, ging ze Jezus volgen.
Jezus zei tegen haar: Je zonden zijn je vergeven. Je geloof heeft je gered.
Jezus zei ook dat je van God gaat houden als je weet dat hij je zonden heeft vergeven.
Jezus de Messias riep de mensen op hem te volgen.
Toen de misdadiger aan het kruis in Jezus geloofde en aan Jezus vroeg hem te redden,
zei Jezus, vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.
Zij die een beslissing willen nemen om Jezus te volgen, kunnen bijvoorbeeld dit gebed meebidden.
Almachtige God, ik dank u dat u van mij houdt.
Ik weet dat ik eigenwijs en ongehoorzaam ben geweest en tegen u heb gezondigd.
Heer Jezus, ik heb u nodig. Dank u dat u ook voor mijn zonden aan het kruis stierf
en dat u bent opgestaan uit de dood.
Ik dank u, dat u mijn straf droeg voor de zonden die ik heb begaan.
Ik open de deur van mijn leven en aanvaard u als mijn verlosser en Heer. Ik wil u volgen en gehoorzamen.
Ik dank u, dat u mijn zonden hebt vergeven,
en de weg voor mij hebt geopend om voor altijd met u te leven.
Wilt u mij uw Heilige Geest geven, om voor altijd met mij te zijn en mij vanaf nu te leiden.
Wilt u mij helpen om zo te veranderen dat ik kom tot het doel waarvoor u mij gemaakt heeft.
Ik dank u, dat u mij hoort en ik er zeker van mag zijn dat u in mijn leven komt, Amen.
Jezus zegt over zijn volgelingen: Mijn schapen luisteren naar mijn stem. Ik ken ze en ze volgen Mij.
De volgelingen van Jezus komen samen met anderen die van hem houden.
Ze praten elke dag met hem, ze lezen aandachtig zijn woorden in de bijbel.
Ze willen zijn voorbeeld volgen en vertellen anderen over hem.
Jezus wijst hen de weg en geeft hen kracht door Gods Geest, die in hun harten woont.
Zij houden voor ogen wat Jezus tegen zijn volgelingen zei, toen hij terug ging naar de hemel.
God heeft mij alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.
Wees er zeker van, dat ik altijd bij je ben, tot aan de voleinding van de wereld.